Op een zonnige dag in mei, rijden er twee muisjes naar onze voordeur. Ho. Wacht. Rijden? RIJDEN?!
Finny & Mac rijden over ons tuinpad
En zie ik het goed? Heeft Finny mijn bankpas tussen zijn pootjes?
Is dat mijn bankpas Finny?!
Ik denk dat we onze twee huismuizen eens even aan de tand moeten voelen!
‘Finnegan en MacFlannegan, wat is dit???’
‘Dit is M.O.U.S.E.!’ piept Mac, met een muizenstemmetje dat een beetje schor is van opwinding en trots.
‘M.O.U.S.E.?’
Finny knikt heel wijs ‘Ja, M.O.U.S.E. Dat is een afkorting voor hele dure engelse woorden.’ Finny schraapt zijn keel om de engelse woorden zo deftig mogelijk uit te spreken: ‘Dit is de Mouse Offroad Utility Sport Extreme!’ En we kunnen er overal mee naar toe rijden, o-ve-ral! Want Offroad betekent ‘van de weg af’!
Mac luistert hoe Finny mij uitlegt waar de letters voor staan. Ik geloof niet dat ik hem ooit zó trots heb gezien. En het lijkt wel alsof hij met één pootje M.O.U.S.E. aan het aaien is? Mac is overduidelijk tot over zijn muizenoren verliefd. Op een Muizenauto…
Mac is heel trots op M.O.U.S.E. de Muizenauto
‘Maar wat doen jullie met die bankpas? Die is niet van jullie!!!’
Finny & Mac geven de bankpas terug
De muisjes geven de pas terug en beginnen heel hard door elkaar te piepen: ‘Hij was niet duur! Het was een koopje! Hij was van een oude muis. Er is bijna niet mee gereden! Hij stond daar maar voor de kat zijn viool in de garage. Zonde toch? Dan kunnen wij er beter plezier van hebben. JoePIEP!’
De muisjes houden niet meer op met praten…
‘Kijk eens hoe STOER hij is! Onze bagage kan achterop! Wedden dat we er een kat mee omver kunnen rijden? En we kunnen nu zelf onze boodschappen doen. Dan zullen we niet meer mopperen als de kaas op is. Want die halen we voortaan zelf op de markt!’
Dat laatste vind ik niet zo’n goed idee. Ik denk niet dat de kaasboer zit te wachten op twee brutale muisjes die al zijn klanten wegjagen… Maar ik heb het muisgrijze gevoel dat de muisjes nog veel avonturen gaan beleven met M.O.U.S.E.
Finny & Mac zijn op kaasjacht in het Nederlands Openluchtmuseum (klik hier voor het eerste deel van dit verhaal). Na een tocht vól ontdekkingen, maar zonder kaas, komen ze ineens dit gebouw tegen: “Freia”. Het is een vrolijk gebouw met luiken. Geschilderd in rood, donkergroen en… KAASgeel!
En deze keer vallen de muizenneefjes met hun neus in de boter, want het is een kaas- en roomboterfabriek!
Dat van die roomboter geloven ze wel. Maar káás! Eindelijk! Met hun muizensnuitjes tegen het raam gedrukt turen ze naar binnen. ‘Ik zie heel veel kaas Mac,’ piept Finny enthousiast, ‘laten we naar binnen gaan!’ Muisstil, maar razendsnel trippelen ze de fabriek in.
‘Kijk nou Mac, planken vol met kaas!’ Finny kijkt vol ontzag naar boven. Mac zegt niet veel, maar klautert snel omhoog.
Uit volle macht duwt hij tegen een grote, goudgele kaas aan. Er is geen beweging in te krijgen. ‘Kom eens helpen Finny,’ piept Mac. Ook Finny laat zijn spierballetjes rollen, maar ze hebben geen geluk. De grote kaas is gewoon te zwaar. Zelfs voor twee avontuurlijke muizen!
‘Wat is dat?’ vraagt Mac, terwijl hij naar een grote kuip wijst. Finny haalt zijn schouders op. Ook hij heeft geen idee. De muisjes hijsen zich naar boven en gaan op de rand van de kuip staan.
‘Zou dit een bad voor stinkkazen zijn?’ vraagt Mac. ‘Of misschien houden mensen hier wel eens een kaasfondue feestje?’ Finny’s oogjes glinsteren. Dat ziet hij wel zitten! ‘Daar mogen ze ons de volgende keer wel voor uitnodigen!’ piept Finny enthousiast. Mac schudt zo hard ‘JA’ dat zijn oortjes ervan op en neer wapperen.
Maar ja… Er is nu geen kaasfondue feestje. De grote kazen zijn te zwaar om mee te nemen. Finny staat in het Kaaslokaal druk te gebaren naar Mac. ‘We moeten op zoek gaan naar kleine kaasjes Mac! Die zijn hier vast ergens te vinden. We moeten gewoon góed zoeken.’ Finny wil het niet opgeven. Ze zijn nu zó dichtbij!
De muisjes trippelen heel de fabriek door, op zoek naar kleine kaasjes. Muizenkaasjes voor kaasbaasjes!
‘Kijk nou!’ piept Finny blij. Hij heeft de deksel van een houten tonnetje gehaald en een kleiner kaasje ontdekt. Deze is nog steeds te groot om mee te nemen, maar het begint erop te lijken!
Finny en Mac hebben nu de kaassmaak helemáál te pakken. Ze rennen, klimmen, snuffelen wat zeg ik; ze VLIEGEN bijna de kaasfabriek door!
En de beloning? Kijk zelf maar.
Ik denk niet dat je twee trotsere muisjes kunt vinden dan Finny en Mac. Zelfs het merk van de kaas is perfect; ‘De Lachende Muis’. En lachen doen ze zeker! Al is Mac misschien wat té enthousiast geweest. Zijn kaas is half zo groot als hij zelf is. Hij moet hem rollen, want tillen gaat niet. Rollen over de straat gaat makkelijk, maar een kaas door het gras heen rollen, is een ander verhaal. Mac moet hard werken voor zijn kaas!
Oh nee!! De Lachende Muis Kaas ontsnapt!!!
Mac rent zo hard als zijn muizenpootjes hem kunnen dragen achter zijn kaas aan. ‘StopPIEP! Daar is wa-wa-water!’ hijgt Mac. Maar Mac is te laat… PLONS!!!!
Een minuutje geleden was Mac, net zoals zijn kaas, nog de lachende muis. Maar nu is hij veranderd in Moppermuis. ‘Het scheelde zó weinig Finny! Ik had hem bijna te PIEP pakken! Duizend katten op een vuurpijl, PIEP! Had ik tóch maar een kleine kaas meegenomen, net als jij Finny.’
Finny laat Mac even alleen, zodat hij stoom af kan blazen. Mac blijft maar babbelen. Hij heeft 1.001 ideeën. Over hoe hij het de volgende keer gaat doen, dat ze niet meer langs water moeten lopen met kaas, dat ze gewoon eerst een stuk kaas op hadden moeten eten en, en, en…. Langzaam wordt Mac minder boos, maar een beetje verdrietig is hij nog wel.
Mac veert ineens omhoog. Daar komt Finny aan met… tja, met wát?
Finny trippelt over de ophaalbrug van het Zaanse dorpje. ‘PIEPffff…’ puft Finny, terwijl hij een prachtig (en voor muisjes gróót) blikje naar Mac sjouwt.
Mac kan zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen, stopt met babbelen en maakt het blikje open. Wat zijn dat voor een kaas-gele snoepjes? Het duurt niet lang of Mac proest het uit van het lachen. ‘Ik snap het al Finny, ik stop met babbelen over de verloren kaas en ik ga lekker snoepen van deze ROOMBOTER BABBELAARS, joePIEP!’ Enthousiast grabbelt Mac naar een babbelaar in het blikje.
‘Bonkjewol bieve Binny!’ piept Mac. Hij is bijna niet te verstaan met die dikke babbelaar in zijn mond, haha!
‘Kom Mac, we gaan naar huis!’ piept Finny. ‘We hebben nog een hele Lachende Muis kaas over en die gaan we vanavond lekker samen opeten!’ ‘BoeBIEB!’ juicht Mac met bolle wangetjes.
En zo komt er een einde aan het avontuur van Finny & Mac in het Nederlands Openluchtmuseum. Nogmaals hartelijk dank aan het personeel/vrijwilligers van het Openluchtmuseum. Tot een volgende keer!
Terwijl de muizenneefjes naar de Zaanse huisjes en de ophaalbrug kijken, smeden ze hun plannetjes. Totdat hun gevoelige muizenneusjes iets oppikken.
‘Ik ruik frietjes!’ piept Mac. ‘En ik ruik POFFERTJES!’ piept Finny. ‘JoePIEP! Het is hier geweldig!’ piepen de muisjes in koor.
Plannetjes bedenken is leuk, maar muizenbuikjes vullen is altijd beter. Dus ze pakken hun rugzakjes en volgen de heerlijke geuren die op de wind lijken te dansen.
Ze trippelen enthousiast naar de ophaalbrug; dáár komen de geuren vandaan. Totdat Mac zich bedenkt. Hij blijft stokstijf staan. ‘Hee Finny, wat als we hier ook káás zouden kunnen vinden? Dat is nog beter dan frietjes en PIEPpoffertjes, toch?’
Finny stopt nu ook. Terwijl hij naar alle mooie huisjes kijkt, trillen zijn snorharen. En als Finny’s snorharen trillen, dan weet je dat hij héél diep aan het nadenken is. Muisachtig diep!
‘Misschien heb je gelijk Mac’, piept Finny, terwijl hij over zijn bolletje wrijft. ‘Niets is zo Nederlands als kaas, dus dan moet er in het Nederlands OpenluchtMUISeum wel kaas te vinden zijn. Steek je neus hoog in de lucht Mac, we gaan op kaasjacht!’
‘Een molen in de kleuren van een koe; zwart-wit!’ juichen de muisjes in koor. ‘Dan kan de kaas niet ver weg zijn’, piept Mac, terwijl hij met zijn pootjes langs zijn snorharen wrijft. Het lijkt wel alsof Mac de kaas in gedachten al opgegeten heeft!
Finny & Mac houden van eten, maar ook van avonturen. Dus als ze bij de scheepswerf komen, vergeten ze heel even dat ze op kaasjacht zijn. Want met boten kun je avonturen beleven.
‘Dat is een mooie boot Mac!’ piept Finny, terwijl Mac nog aan het klimmen is.
Maar Mac heeft iets beters gezien. Hij wijst naar een grotere boot. Een boot met de kleur van een rijpe, belegen kaas. Als ze ooit in een boot gaan varen, dan moet het deze zijn!
In gedachten beleven de muisjes spannende avonturen, waarbij ze muizenprinsessen redden van vuurspuwende katten eh… draken. En van de muizenkoning krijgen ze als beloning een hele boot vol rijpe, geurende kaas.
De fantasie van de muisjes slaat helemaal op hol. Ineens ziet Finny een bord:
Teer? Harpuis? Het rijmt op ‘muis’, maar het klinkt helemaal niet lekker. Terwijl Finny het bord leest en zich afvraagt of je ‘harpuis’ kunt eten, hoort hij Mac ineens mopperen.
‘Duizend kaasbollen en een kaassouflé PIEP! Haal dit net van me af Finny! Het wil me opeten!’ Mac zwaait met zijn pootjes, maar door zijn geworstel komt hij steeds vaster te zitten. Finny rent snel naar Mac toe om hem te bevrijden uit het visnet.
‘Laten we verder gaan Mac, het is hier gevaarlijk. Jij zat vast in een visnet en dadelijk vallen we nog in een kan met teer. En je ruikt nu naar vis. Als ze hier ook Kattenmormels hebben, dan is dat pieperdePIEP gevaarlijk!’
De muisjes lopen snel verder, maar dan is er weer iets anders dat ze zien; klompen!
‘Oh…’ piept Finny zachtjes.’Kijk nou Mac, echte houten klompen. Die heb ik altijd al willen proberen.’ Mac begint te lachen. ‘Die zijn toch veel te groot Finny. Daar kun je bijna in wonen. Of varen!’
‘Oh Finny, kom snel!’ piept Mac ineens opgewonden. ‘Ik zie een KAAS rijden!’
De rijdende kaas is geen kaas, maar een tram. De tram rijdt de hele dag rond. Mensen en muisjes kunnen er lekker in gaan zitten en dan zien ze het hele park. Zonder moe te worden. En als het regent, word je ook niet nat!
Finny en Mac zijn meteen enthousiast. Zeker als ze zien dat het museum nog tramconducteurs zoekt. Eens kijken of die pet ze past!
Nou, ik denk het niet, kleine muizenvriendjes! Zelfs samen zijn jullie nog te klein…
Een beetje teleurgesteld lopen Finny en Mac verder. Geen kaas. Geen boot. Geen klompen. Geen tramconducteur… Maar wat is dat?
BROODBAKKERIJ Dat klinkt heel deftig. Zouden ze ook koekjes hebben? Finny gluurt om het hoekje.
Er is veel méér dan brood te vinden in de broodbakkerij! JoePIEP!
Finny en Mac hebben heerlijke koek kunnen kopen. Koek in muizenpuntjes. Nu nog een plekje vinden om die heerlijke koek veilig op te kunnen peuzelen.
Niet veel later zitten de muizenneefjes samen op een groene berg. ‘Wat een fijn plekje hebben we gevonden!’ piept Finny met een volle mond. ‘Een mooie plek om nieuwe plannen te maken.’ Mac is het helemaal met hem eens: ‘Dit is een hele goede en veilige plek om nieuwe plannetjes te maken voor onze kaasjacht Finny. Ik weet zeker dat hier in het OpenluchtMUISeum kaas te vinden is!’
Oh jee… Zien jullie waar de muisjes zijn gaan zitten? Dit is helemaal geen groene berg. En ik weet ook niet of dit veilig is. Ze zitten op een plaggenhut en de deur staat open. Nu maar hopen dat er geen Kattenmormels wonen. Zeker omdat Mac nog steeds een beetje naar vis ruikt…
Wordt vervolgd!
Met dank aan het vriendelijke personeel/vrijwilligers van het Openluchtmuseum!
Twee weken geleden kon ik eindelijk iets doen, wat ik na het uitkomen van mijn boek het liefst meteen gedaan had. Ik heb ‘Schatreis’ persoonlijk onder de aandacht kunnen brengen bij grote en kleine mensenkinderen!
FeelGood Markt Eindhoven, Strijp-S
Finny, Mac, Toryn, John en ik waren te vinden op de FeelGood Markt in Eindhoven. Het was nog even spannend, want in eerste instantie zag de burgemeester van Eindhoven het niet zo zitten om deze markt door te laten gaan. De organisatie gaf echter niet op en 3 dagen vóór de markt kwam tóch de gevraagde toestemming!
Het was een geweldige ervaring en ik heb ontzettend veel geleerd. De ontmoetingen met de kinderen (én volwassenen) die die dag mijn boek kochten, zal ik niet snel vergeten. Finny & Mac hebben zich keurig gedragen; ze zijn de hele middag in hun leunstoel blijven zitten. De marktkraam met kaas is dus veilig gebleven, zoals ik de organisatie beloofd had! 🙂
Hmmm… Het klopt niet helemaal wat ik schreef. Finny is wél zijn leunstoel uitgekomen! Toen een visueel gehandicapte dame onze marktkraam bezocht, was hij zo lief om haar te laten voelen wat een geweldig muizenventje hij is. Onbetaalbaar!
En Toryn?
Beelden zeggen meer dan woorden: Toryn heeft uren braaf naast ons gelegen.
Al was de kraam met hondenvoer en – koekjes naast ons een ware tantaluskwelling!
Uiteindelijk heeft John hem naar huis gebracht. Mét een zakje lekkere koekjes. Dik verdiend.
Wie weet zie je ons de komende tijd nog een keer ergens verschijnen; dan kondig ik het hier aan!
Finny sloft door de duinen en moppert een beetje: ‘Hoezo, de zee is leuk? Ik zie geen zee. Ik zie alleen maar zand. Ik voel alleen maar zand, PIEPbah! Het kruipt overal tussen. Als ik vanavond een toastje met smeerkaas eet, zitten er vast nog steeds zandkorrels tussen mijn tanden, jakkiePIEP!’
Mac loopt ver voor Finny uit. Hij trekt zich niets aan van het gemopper van zijn muizenneefje. Sterker nog; hij heeft iets ontdekt! Mac springt en stuitert van enthousiasme: ‘Kom op Finny, loop eens door! Dit móet je zien!’
Finny sloft achter Mac aan. Hij kan zich niet voorstellen wat er nou zo leuk is. Het loopt zo zwaar, dat zand. Zeker als je omhoog moet klimmen.
Als ze bovenop de duinen zijn aangekomen, duwt Mac de grassprieten opzij en piept opgewonden: ‘JoePIEP Finny, kijk! Het is de ZEE! Het is ons gelukt, we zijn bij de zee!’
Finny en Mac kijken hun ogen uit. Zo ver als hun kleine kraaloogjes kunnen kijken, zien ze water. Meteen piepen ze honderduit over alle leuke dingen die je op het strand kunt doen. Strandjutten, vliegeren, pootjebaden… En daarna? Een blokje zoute, oude kaas aan een prikkertje met een vlaggetje, dat wappert in de wind!
De muizenvriendjes nemen niet meer de moeite om naar beneden te lopen. Nee, ze glijden gewoon naar beneden!
JoePIEP! Wat een plezier!
Maar… Wat is dat? Finny en Mac zijn ineens muisstil. Onderaan de duinen ligt iets. Het is een vogel. Een dode vogel.
‘Ojee,’ piept Mac zachtjes, ‘zou een haai dit gedaan hebben?’ Mac heeft ineens geen zin meer om te gaan pootjebaden. Finny legt troostend zijn pootje op Macs schouder en piept dapper: ‘Haaien lusten vast geen muisjes. Wij zijn veel te klein en kriebelen op de tong. En bovendien hebben wij een haaienvriend!’ ‘JAAAA!’ piept Mac opgelucht: ‘De Koekjeshaai!’
Het verhaal van Finny & Mac en de Koekjeshaai vind je hier.
De muisjes lopen weer verder en kijken hun ogen uit; wat liggen er veel schelpen op het strand!
Finny heeft een mooie schelp gevonden die goed bij zijn broekje past.
Mac neemt een donkergrijze schelp mee.
Ze lopen terug naar de duinen, waar Mac begint te graven. Wat slim! De muisjes hebben hun vlieger hier verstopt, zodat ze niet zo hoeven sjouwen. De schelpjes worden in de schuilplaats gelegd en de vlieger nemen ze mee naar het strand.
Het is een bestuurbare vlieger! ‘Goed vasthouden Finny! Ik loop naar achteren en als ik ‘PIEP’ roep, moet jij de vlieger omhoog gooien.’ Mac probeert de draadjes zo strak mogelijk te houden terwijl hij naar achteren loopt.
‘Ben je er klaar voor Finny? Eén, twee, PIEP!’ roept Mac.
Finny springt in de lucht en gooit de vlieger zo hoog mogelijk de lucht in.
JoePIEP!!! Het is gelukt!
De muisjes blijven met de vlieger spelen totdat de zon ondergaat. En dan is het tijd voor een blokje kaas. Pootjebaden hebben ze niet meer gedaan. Ik denk dat jij wel weet waarom!
Begin april hebben werd onze lieve Ierse Terriër Guinness onverwachts ernstig ziek. Hij had veel pijn en er was geen hoop dat hij zou herstellen. We hebben hem in moeten laten slapen. Een enorm verlies…
Guinness was nooit ver weg als er een Finny & Mac verhaaltje ontstond. Hij wachtte geduldig tot wij klaar waren met fotograferen en waakte over muizen en materiaal terwijl wij ‘ons ding’ deden.
Finny, Mac en Guinness zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De muisjes konden in Guinness’ ogen niets verkeerd doen. Behalve misschien de keer dat ze wilden picknicken met zijn koekjes. Toen heeft hij ze even ernstig toegesproken!
Dit verhaal is gelukkig niet alleen maar verdrietig. We zijn ontzettend blij met de bijna 13 jaar die Guinness met ons heeft doorgebracht. Hij is uit ons leven gewandeld, maar verdwijnt nooit meer uit ons hart.
Een opeenstapeling van ’toevalligheden’ (tussen aanhalingstekens, want ik geloof niet in toeval) bracht puppy Toryn op ons pad.
Een kleine wervelwind die het verdriet van Guinness weg wist te blazen en onze harten vult met vrolijkheid, liefde en soms ook wanhoop. Want het is een Boef!
Finny & Mac hebben wijselijk besloten even op vakantie te gaan totdat Toryn wat meer manieren heeft geleerd. Al hebben ze me wel gevraagd of ik Toryn het commando ‘zoek de kaas!’ kan leren. Hahaha!
Vrolijk knabbelend aan een stukje kaas loopt Mac over het aanrecht. De brutale aap eh… muis heeft onze koelkast weer eens open gekregen!
Maar Mac voelt zich niet helemaal op zijn gemak. Het lijkt wel alsof hij bekeken wordt! De haartjes in zijn nek staan recht overeind. Dat is een teken van GEVAAR!
Als hij rond kijkt ziet hij ineens een beest op een plank staan. Een beest met tanden. Scherpe tanden! Is dat een… haai? Het is een HAAI!!
Weg met die kaas! Ren voor je leven Mac!
Het duurt niet lang of Mac komt terug. Met versterking; Finny wil graag zien of het verhaal van Mac wel waar is. Want haaien leven toch alleen in de zee?
Finny & Mac gluren over het randje van het aanrecht. De haai is stil. Zijn witte tanden blinken.
‘Hij lijkt wel bevroren,’ piept Finny ‘ik ga een kijkje nemen Mac!’
Finny klautert op het aanrecht en verstopt zich achter de waterkoker. Zijn zwarte kraaloogjes houden de haai goed in de gaten. Hij is klaar om weg te rennen als de haai beweegt.
Maar de haai beweegt niet. Finny begint de haai uit te dagen; hij gooit zijn pootjes in de lucht en roept: ‘Joehoeoeoe PIEP! Hier ben ik! Haai, haai, wat ben je saai!’
Mac begint te lachen om zijn malle neef, maar is ook een beetje ongerust en piept zachtjes naar Finny: ‘Kijk uit Finny! Die haai heeft wel een stuk uit dat surfboard gehapt!’
Finny draait zich om en kijkt Mac aan. ‘Ik denk dat we niets te vrezen hebben van deze haai. Weet je wat er op het surfboard staat Mac? COOKIE jar!’
Cookie? Zoals het Engelse woord voor… Koekje???
Dat is het toverwoord dat alle schrik laat verdwijnen. ‘Ik denk dat er koekjes in zijn buik zitten!’ piept Mac enthousiast. Mac springt op het aanrecht en heeft meteen een plan: ‘We gebruiken die bakjes om een trapje te maken Finny.’
Samen schuiven de muisjes de bakjes in de richting van de haai.
‘Het is niet hoog genoeg Mac!’ piept Finny. ‘We gebruiken de weegschaal ook als trap!’
Mac springt op de weegschaal, zodat Finny hem de bakjes aan kan geven.
Ineens ziet Finny iets waardoor hij héél hard begint te piepen: ‘Sa-PIEP-erdeflap Mac! Wat ben je zwáár geworden! 123 gram! Dat is net zoveel als een halve pak koekjes!’
‘Doe niet zo gek Finny,’ piept Mac, ‘dat komt omdat ik op de weegschaal gesprongen ben. Wacht maar even.’ Mac blijft doodstil staan.
Aha! Nu zegt de weegschaal dat Mac nog maar 82 gram weegt.
Finny is tevreden: ‘Onder de 3 cijfers is prima Mac! Daar kan nog wel een koekje bij!’
Finny en Mac stapelen de doosjes op de weegschaal.
Mac staat naast de haai en wijst waar Finny naar toe moet gaan.
Finny prikt voor de zekerheid nog één keer in de buik van de haai om zeker te weten dat hij niet leeft!
Mac springt omhoog en gaat met héél zijn gewicht aan de haaienvin hangen. Toch maar goed dat hij 4 keer zoveel weegt als een gewone huismuis!
Finny juicht: ‘JoePIEP Mac! De bek van de haai is open!’
Mac klautert naar boven en…
Hij duikt zó de bek van de haai in. Dat ziet er best eng uit, zo’n muisje tussen die scherpe tanden!
Mac grabbelt in de buik van de haai. De muizenneefjes hebben geluk; geen vis in de buik van de haai, maar wel koekjes. Het is een Koekjeshaai!
Een koekje voor Finny, een koekje voor Mac en…
een koekje voor de Koekjeshaai; de grote nieuwe vriend van de muisjes!
Finny & Mac hadden een plan. En dat moest snel uitgevoerd worden, voordat alle sneeuw weg zou zijn. Zodra het zonnetje zich liet zien, gingen de muizenneefjes aan de slag.
“Hee Finny! Wat ben je aan het doen?”
Finny kijkt niet op of om, maar blijft doorwerken terwijl hij piept: “Wij zijn onze eigen Olaf aan het maken!”
“Onze eigen Olaf? Bedoelen jullie de sneeuwpop uit de Disneyfilm ‘Frozen’?” vraag ik verbaasd.
Mac kijkt me aan alsof ik héél dom ben.
“Ja natuurlijk!” piept hij. “Wij vinden Olaf leuk, want hij is altijd zo vrolijk. En nu ligt er veel sneeuw en kunnen wij onze eigen Olaf maken!”
Achter mij hoor ik de sneeuw kraken. Daar komt Finny aangestormd!
“Ik heb de armen voor Olaf!” piept Finny trots en hij steekt twee takjes voor zich uit.
“JoePIEP!” juicht Mac, “Dan ga ik op zoek naar ogen en een neus!”
Daar is Mac weer. Wat houdt hij tussen zijn pootjes geklemd?
“Kijk!” roept Mac terwijl hij de tak naar voren steekt. “Besjes voor Oscars ogen!”
Aha! Slimme muizenneefjes!
Er wordt snel gewerkt, want het zonnetje kan dan wel schijnen, maar de sneeuw is koud aan de blote pootjes! De Olaf van Finny & Mac komt tot leven.
“Hee muisjes, krijgt jullie Olaf geen mond?” vraag ik nieuwsgierig. En alweer kijken de muizenneefjes mij aan alsof ik héél dom ben…
“Nee natuurlijk niet” piept Finny, “want dan eet Olaf al onze kaas op!”
Tja… als je gek bent op kaas, dan kun je maar beter het zekere voor het onzekere nemen. Olaf kijkt inderdaad een beetje ondeugend. Zelfs zonder mond. Zijn armpjes zijn al uitgestrekt. Alsof hij zó een kaasplankje op zou willen rennen en álles mee zou nemen!
En dan ligt er ineens MUISACHTIG veel sneeuw! Finny & Mac kijken hun ogen uit. Dik ingepakt tegen de kou trekken ze hun Olympische slee omhoog; Hop-hop-hop, de Muizenberg op!
“Ben je nog bang voor splinters in je muizenbillen Finny?” vraagt Mac met een ondeugende lach.
“Het maakt me allemaal niet uit Mac, dit is geweldig!” glundert Finny, terwijl hij een sneeuwvlok uit zijn kraaloogjes veegt.
Als ze bovenaan staan springen de muizenneefjes op de slee en dan… als in een achtbaan, gaat het eerst langzaam… En dan sneller….
En sneller… En SNELLER!!!
KRRRSSSHHHHHHHH…… De verse sneeuw kraakt als ze met hun slee onderaan hun Muizenberg tot stilstand komen. Mac heeft er een witte snoet van gekregen!
“NOG EEN KEEEEEEER!!!” roepen Finny & Mac in koor. Ze rennen zó hard dat je zou denken dat ze door een Kattenmormel achtervolgd worden!
“Ga maar vast zitten Mac, ik zal je duwen. Dit lijkt een beetje op het sleeën over het mos* in de bossen!” grinnikt Finny. *Lees hierover meer in ‘Schatreis, de avonturen van Finny & Mac‘
Mac piept verschrikt: “Je wordt toch niet wéér misselijk Finny?!”
“Neeee joh!” Finny lacht. Dit is niet zo eng; als we vallen, landen we lekker zacht!”
“Ben je er klaar voor Mac? Eén!”
“Twee!”
“DRIE! JoePIEIEIEP!!!”
En zo wordt er nog lang gerend, gegleden en gelachen in de sneeuw. Net zolang totdat de pootjes, oortjes en neusjes bijna stijf van de kou worden. Dan is het tijd voor warme chocolademelk bij de open haard van het Muizenhuis. Misschien wel met een blokje kaas op een prikkertje!